Short story

Quand on aime, on est en danger

Hij draagt de naam Francis Riccardo Claude Dumatin, maar in dit verhaal noem ik hem gewoon bij zijn derde naam: Claude. ‘Kloot’ met een stemloze dentale ‘d’ als je het goed uitspreekt in het Frans. Om de simpele reden: hij had er maar één meer. Grof? Nee. Waarom? Omdat het een feit is. En omdat ik dat kan, omdat ik de narrateur van dit kortverhaal ben.

En plus wind ik er geen doekjes om, geen witte alleszins. Je zou ervan verschieten hoe snel uitlaatgassen aan objecten kunnen kleven. Ah, de geur van nafte. Het geluid van de motor. De peugeot 406 dwars door de Champs Elysées. Veel te straf verlicht, zoals altijd, évidemment. Dat ik mij daar een boete knalde was gelukkig maar een opgelichte droom. Ik werd wakker, nat in het zweet. Niet mijn zweet, besefte ik. Ik keek naar Claude, voor zover dat kon in het donker. Hij had zo vaak van die extreme vapeurs midden in de nacht. God weet waarom. Enfin, ik bleef niet langer liggen in het goedje, ging op de tast naar mijn pantoffels, doolde de trap af en voelde hoe de koude lucht langs mijn plakkerige binnendijen schuurde. Ik besloot om een plons te nemen in ons nieuw aangelegd zwembad.

Sin City - pool scene

‘De koffie is koud’ bromde Claude. Ik keek hem liefelijk aan en duwde de knop van de waterkoker nogmaals in, gaf hem een kus op zijn voorhoofd en ging voor hem aan tafel zitten. Ochtenstond had zelden goud in de mond hier thuis. Geen van beiden waren duidelijk ochtendmensen, dat wisten we. Ik hield van hem. Ik hield zoveel van hem. Deels Frans en deels Italiaans bloed. Diepbruine ogen en curieus lange wimpers voor een man, wat hem dat tikkeltje nog meer interessant maakte. Jammer alleen van de steroïden. Hij was hij niet langer dezelfde. Enfin, het was duidelijk dat mijn geliefde wist dat ik het bed verlaten had afgelopen nacht. Onmacht brandde door zijn lichaam, dat weet ik, dat zag ik. Maar ik zweeg wijselijk, schonk hem nog een kop hete koffie in en at mijn croissant op.

Ik draai de tijd even drie jaar terug naar de Euro Fitness in Comines. Ik deed mijn vaste 15 minuten op de chest press machine terwijl hij gewichten van 30 kg per arm easy peasy ophefte. Oh, ik had hem in mijn vizier, wat een armen, wat een rug. Hij deed alsof hij het niet merkte. Stoefer. Toen ik de fitness verliet, kwam hij me achterna. ‘Bonita!’ riep hij. Zijn jachtseizoen was open. Na wat geflirt in de fitness gingen we daten. Claude kwam me oppikken na mijn werk aan het Heilig Hart Ziekenhuis in Roeselare. Ik werkte praktisch altijd de late shifts. 21U stipt zag ik zijn witgelakt geliefde carrosserie op de oprit staan. Hij kwam nooit te laat. Een echte gentleman. Bij het instappen, keek hij mij aan met die onbezonnen blik die ik moeilijk kon weerstaan. En plus had hij zijn Armani trui aan. Goddelijk. Bref, we hadden eerst nog seks in zijn Toyota Corolla vooraleer we een burger gingen steken. Hij was meer voor dat Jap automateriaal. Gisterenavond zaten we er terug. Ik likte mijn lippen af en stifte ze opnieuw. Bloedrood. Louis Vuitton. Hij vroeg de rekening en gaf de serveerster een dikke fooi, zoals altijd. Kluiten had hij zeker. Wat een beest zat er voor mij, letterlijk. Zijn aderen sprongen bijna uit zijn biceps, om nog maar te zwijgen van zijn triceps. Dat goedje deed hem duidelijk geen deugd, dat wist ik toen al.

Bruusk stond hij op, ruimde de tafel af en kwam op me toegestapt, kuste mijn lippen en verliet de keuken. ‘Ti amo’ riep hij me toe vanuit de gang en trok de deur achter zich dicht. De opgezette uitlaat van zijn Toyota Corolla bromde, de geur van nafte zinderde. En na exact 11 seconden was dat unieke geluid vedwenen. Dat familiair gevoel maakte mij deels kalmer ergens in mijn bezorgdheid. Zijn dealer was zijn God. Ik zijn vrouw, dat moest ik apart leren zien, had hij mij uitgelegd. Misschien was ik te koppig om het te willen snappen. Mijn moeder zei me ooit: “Meissie, ware liefde, dat is zoals het leven zelf, dat overkomt u maar ene keer.” Ik trok mijn kleren uit, dook in het nieuw aangelegde zwembad, blies mijn laatste krachten uit en vond eindelijk rust.

Overgave

Je n’en peux point résister.
Lentement, il toucha mes lèvres, je tremblai; paupières reposantes, moi vibrante. Et avec ferveur je tombai en dévouement.
 
Nina is er 29. Met haar lange bruine lokken en haar knock-out wimpers is ze best een femme fatale. Al denkt ze daar zelf niet echt over na. Al vanaf bij de geboorte was ze een pracht van een kind geweest, later een pracht van een dame. Haar uitbundige en gedecideerde karakter wist haar altijd al te brengen waar ze naartoe wilde. Van een zak snoepjes wanneer ze zes jaar was totredactrice bij de Vogue in Londen- een job waar de meeste meisjes spontaan een run on high heels-wedstrijd zouden voor mee lopen mochten ze daarmee de prestige bereiken die Nina bezit- nu: Creative Director om er niet teveel onbenulligheden rond te verkondigen. Het uitbundige zit in haar lijf, haar gedachten. Het francofiele zal ze probablement als aangeboren gen van haarparents hebben meegekregen. Haar ouders wonen in een appartement in de banlieu van Brussel. Haar moeder, Isabelle is op haar 49ste nog even charmant en magnifique, dat moet ze certainement van grand-maman geërfd hebben die in de jaren ’30 model was en mede reclame maakte voor de toen niet zo populaire Lucky Strike. Ze was une bonne amie van Edward Bernays maar gaf toch haar blessing aan Nina’s vader. Gérard Broux, haar papa is er 50. Hij is een échte Fransman die graag af en toe een sigaar rookt en heeft zo’n typische pornomoustache – nog steeds. Het zal die belachelijke, maar nét die ietsje erotisch getinte haarbros onder zijn neus geweest zijn dat haar moeder vapeurs deed krijgen én zijn zwoele Franse accent met een stemtimbre waar je geen nee tegen kunt zeggen en plus– dat ze uiteindelijk deed bezwijken enfin.
A. McQueen_quote_married to work
Oh non! Nina dook weg achter de kopieermachine. De receptioniste keek op van haar telefoon, bekeek het tafereel even waarna ze al lachend haar hoofd schudde en terug verder ging met telefoneren. Nina had af en toe wel van die uit-het-niks manoeuvres. Ze waren er bij de Vogue al aan gewend geraakt. Langzaam stak ze haar hoofd van achter het muurtje. De jongeman die het onthaal was binnen gestapt was haar ex, James Lescan. Hij droeg een maatpak van Christian Dior en zwarte lace up schoenen van Prada. Aan zijn klasse had Nina nooit getwijfeld. Het was het feit dat zij haar carrière verkoos boven een liefdesrelatie met een toen nog studerende kerel dat hun band uiteindelijk vertroebelde. Zijn haar was anders, dacht ze. Het was korter en donkerder geworden. Uiteraard had Nina de afgelopen jaren wat kerels gehad. Scharrels. Niks serieus. Want ze was al getrouwd met haar werk. Enkel James wist haar indertijd en nu blijkbaar opnieuw terug uit haar lood te doen slagen. Ze wist dat ze niet eeuwig mannen zoals James kon ontlopen. Ze ging kaarsrecht staan en zoals ze zo goed kon, begon ze vol overtuiging en met ellenlange benen naar hem toe te stappen. James keek rechts van zich op en kreeg Nina in het vizier. Zijn pupillen werden zichtbaar groter. “Hallo” zei ze op een nonchalant wijze terwijl ze hem de hand schudde. “Nina Broux. Bent u hier voor het sollicitatiegesprek?” “Nee”, klonk zijn lage stem. “James Lescan. Ik maak deze maand een column voor het blad over Fashion Week in Milaan. En Nina, het zou fijn zijn om de voorbereiding eerst eens deftig door te nemen. Wat denk je, schikt het vanavond in The Vortex?” Nina had een zwak voor een goeie voorbereiding op Fashion Week, lekker gemixte cocktails én knappe mannen die fan van Le Male van Jean Paul Gaultier waren. “Ik zie je om 7pm, James.” repliceerde ze, draaide zich op haar Louboutin hakken om en op de één of andere manier verscheen een glimlach rond haar lippen.
Niets of niemand had Nina ooit het zwijgen opgelegd. Haar moeder niet, de weerman niet, geen vriendin of lul in het verkeer achter een dikke BMW én al zeker niet een kerel, die haar werk en tijd in beslag zou kunnen nemen. Bouche bée was ze, verlamd over heel haar lichaam. Zelf haar tong zocht krachtig naar beweging om woorden terug te spuwen, maar aucun resultaat. Op de één of andere manier zijn ze van praten als twee geobsedeerden over Fashion Week tot een impasse weten te komen. De mojito’s waren hier sans doute verantwoordelijk voor, overtuigde ze zichzelf. Maar toch voelde ze zich nog redelijk bij haar verstand. Enkel haar lichaam wou niet mee. Voet noch hoofd kon ze ook maar iets in beweging brengen. Enkel een warme rilling bleek over haar heen te komen. Ze voelde het warme bloed sneller gaan stromen in haar aderen als een adrenaline rush. De donshaartjes op haar armen en rug waren gaan rijzen. Maar ze kon niks doen. Zij was on hold gezet, terwijl de rest rondom haar aan haar voorbij zoefde aan het tempo waaraan het zou moeten. Haar keel was kurkdroog en zelfs haar lippen kon ze niet zachtjes bevochtigen met haar inmiddels ruwe tong. Zijn ogen waren oneindig diep, donkerbruin. Ze had er nog nooit zo diep in durven kijken. Toen niet, zelf nu was het met moeite. Maar nu kon ze niet anders. Hij had haar die vier kleine -apart betekenisloze- woorden uitgespuwd. De woorden waarover ze nooit stil gestaan had, want ze moest verder. Altijd maar verder met haar top carrière. Ze had geen tijd om te denken over wat het zou inhouden om werkelijk ook die vier minuscule vier woorden terug te zeggen. Maar daar stond ze dan, in een poep chique Jazz bar waar zwarte Amerikanen leuke deuntjes uit hun trompetten en contrabassen wisten te krijgen zonder dat hun ook maar enige moeite leek te zijn. En dat terwijl dit moment het meest difficile uit Nina’s 29-jarige leven bleek te zijn. Ze voelde hoe zijn warme hand de hare raakte. Het was een zalig gevoel.
Niemand kon Nina Broux ooit een woord tegenspreken, laat staan haar van haar stuk doen brengen. Ze was vastberaden, zelfzeker,bref een madame met pit! dacht ze bij zichzelf. Maar vanavond was het anders geweest. Haar maag voelde ineengekrompen en haar hart was vervuld met een warme gloed. Dit was sûrement niet pluis. Oh god, waarom had ze gewoon niet terug geantwoord? Of gewoon maar gereageerd? zoals normale mensen zouden doen. Ze rolde zich om in haar bed, haar hoofd in het kussen gedrukt. Dit is belachelijk! zuchtte ze. Ze stond op, gehuld in een zwart kanten slipje en een ietwat te wijd Johnny Cash t-shirt en besloot zichzelf nog een wodka in te schenken. Hoe lang kende ze James nu al? Zeven jaar? Nee, zo’n goeie acht jaar moet het geweest zijn. Niemand kon haar meer fascineren dan hij. Het X-factor gevoel had ze altijd al bij hem gehad. Hij kon ongelofelijk goed piano spelen, wetend dat hij geen noten kan lezen en het allemaal op buikgevoel doet, fascineerde haar des te meer. Zijn ogen waren altijd zo donkerbruin geweest. Af en toe moest ze zich ervan wegkeren vooraleer ze dans les pommes zou vallen. Ze hadden elkaar leren kennen op een vrijgezellenfeestje, waar zij comme d’habitude weer eens teveel gedronken had. Omdat Nina bijna nooit alleen drinkt thuis, dacht ze bij zichzelf dat het wel eens mocht om erop los te drinken, om geen gêne te vertonen omdat je er toch maar de helft comme ci, comme ça kent en de andere helft tout à fait pas.
Ze besloot er zich aan toe te geven. En deze keer totalement. Zij had hem gebeld in een moment van zwakte en hij had meteen een taxi genomen. Hij kuste haar zachtjes beginnend in haar hals om zo zijn weg langs haar borsten, haar buik en langzamerhand alsmaar dieper te vinden. Nina haar adem stokte eventjes. Dit kon niet waar zijn!? Dit was de eerste mec die haar zomaar zonder dat zij hem ook maar eerst bevredigd had haar chat ging mangeren? Oh mon dieu. Van die gedachte alleen ging ze al bijna van haar stokje. Ze voelde hoe hij zijn warme lippen tegen haar nog hetere binnendijen drukte. Haar hand greep naar het hoofdkussen naast het hare. Ik moet iets hebben om mij aan vast te houden, dacht ze, realiserend dat hij haar al helemaal voor zich gewonnen had bij het uitspreken van die vier minuscule woorden. Ze sloot haar oogleden, haalde nog eens diep adem en beet op haar onderlip. Ze kon zich niet meer inhouden. Een lichte kreun vulde de gigantische ruimte en Nina’s hart.

Mag ik u kussen? tu me demandas.

Beyoncé Run Tour

Un dimanche inattendu

Het huis rook naar vers gezette cappuccino en suikerzoete pannenkoeken. Nora zat met haar benen opgetrokken aan de keukentafel de ELLE te doorbladeren.
Asjemenou, die nieuwe zomercollectie van Gucci is om wild van te worden!” Nora hield haar vingers strak bij een bladzijde uit de ELLE. Daar was hij dan, de prachtigste bag die Nora ooit in haar leven had gezien. Een bruine in bamboe leren handbag van Gucci met stressels.
Oh! Ik wil deze Gucci bag!
Oh my Gucci, for sure!” zei Leonore terwijl ze iets te enthousiast en onoplettend nog een pannenkoek de lucht in gooide.
Maar veel te duur voor een net afgestudeerde student.” mijmerde Nora.
Nou, dat kun je gaan verwachten van begeerde fashion merken. Oh fuck!” Leonore mikte haar speciale pannenkoekenpan die ze van haar zus als kerstcadeau had gekregen zo goed mogelijk onder de neervallende pannenkoek en kon hem nog net opvangen. Nou, de ene helft in de pan, de andere helft erover. “Dat was nipt!” zei ze best trots op zichzelf. Nala was al op het aanrecht gesprongen. Haar staart ging sierlijk heen en weer. Ze spinde.
Die kat is niet te vatten!”beaamde Nora haar hoofd afkeurend schuddend en nam een grote slok van haar cappuccino.
Dag Nala, wil jij ook een pannenkoek?” vroeg Leonore.

Image

Nala was Leonore’s huiskat en had de vreemdste gewoonte om verlekkerd te zijn op haar pannenkoeken. Enkel en alleen deze die Leonore bakte; romig en nog warm. Leonore trok de pannenkoek in kleine stukjes en legde die in een bordje.
Veel te verwend! En, ohn, eigenlijk veel te lief om nee tegen te zeggen! En echt, als ik ooit deze Gucci bag kan veroorloven, me-teen! Ik zou er alles voor doen! En … O em géé, Leonore! Kijk!” Leonore draaide zich om.
Wat?!”
Kijk naar die man die daar aan de overkant van de straat aan het fietsen is!” De keuken gaf zicht op de straatkant via een gigantisch groot wit raam. De gordijnen waren van flanel. De tapijten op de grond van schapenwol. Leonore hield vast aan traditionele prioriteiten zoals familie en gezelligheid. Ooit droomde ze ervan een kindje te krijgen, maar voorlopig was ze gelukkig met haar man en haar kat, Nala. Haar zus die haar random om de zoveel tijd de oren van haar hoofd tetterde met haar driftige karakter nam ze er graag bij. In sommige opzichten waren ze als Ying en Yang. In anderen als Frank en Frey.
Aan de overkant van de straat fietste een man met een zakje van de bakker boven zijn hoofd. De nieuwe zomercollectie van Gucci mocht dan wel in alle modebladen bezienswaardig zijn én het feit dat het al lente was en plus hield het weer er niet van tegen om regen met bakken uit de lucht te doen kletsen.
Levensgevaarlijk!” brulde Nora uit.
Oh god, zo regenen! De wolken waren al zo donker aan het worden ginds verder. Je ziet bijna geen steek in dit weer.”
Oh my God, Leonore …”
En die man zou beter fietsen met licht aan. Gatver en ik moet mijn tuinstoelen nog binnenzetten! Die stoffen kussen zullen al helemaal doorweekt zijn. Kut …”
Fuck! Leonore, …” Nora kon geen woord tussen de ratelende Leonore krijgen die duidelijk verward werd door de regen, buitenstaande tuinstoelen en aanbakkende pannenkoeken.
“… Kut, kut, kut! Mijn pannenkoeken! Pas op, Nala! Shjoe!” Ze jaagde Nala van het aanrecht af.
Leonore!”
Waaaaat?!” BAM! Een hard knal. De zusjes keken elkaar totaly in shock aan.

Oh my gosh! Oh my gosh! Oh my gosh!” panikeerde Nora.
911?” Leonore had haar mobieltje al aan haar oor. “Er is een ongeval gebeurd in de Cederlaan. Ik denk dat dit ernstig is. Big. Erg. Uhu. Oké, oké, nee. Oké.” had ze er nog uit weten te stotteren.
Beide zussen renden de trap af, op in de kletterende regen. De eigenaar van de zwarte Volvo XC90 was ondertussen al zijn wagen uitgestapt. De man met het zakje van de bakker boven zijn hoofd die op de fiets zat – die er nu duidelijk naast lag, bloedde aan zijn hoofd. Hij schreeuwde het uit van de pijn. De plas regenwater was een plas bloed geworden. Nora werd misselijk van het tafereel.
Kunnen we iets doen?”
Nee. Laat mij maar, dit is mijn schuld.”
De chauffeur van de zwarte Volvo was een kerel van rond de 40 jaar. Hij was al grijswordend voor zolang ze het door de regen kon zien en was duidelijk in shock maar knielde vastberaden neer bij het slachtoffer en depte zijn wonde met een stoffen zakkendoek. Om zijn ringvinger had hij een dikke witte diamanten ring. Hij deed Nora aan Mister White van Reservoir Dogs denken. Even dacht ze dat hij de verwonde man zou sussen, hem zeggen dat de smerissen hun niet zouden vinden, daarna meesleuren in zijn wagen -wel geen Cadillac Coupe DeVille- en desnoods in de kofferbak, om daarna naar het pakhuis te rijden en hem daar dood te laten bloeden. Enkel was deze hulpeloze man niet in de buik neergeschoten. En hij heette niet Mister Orange, voor zover ze -niet- wist.
Leonore begon te wenen. Je kon nauwelijks zeggen of haar Chanel mascara uitgelopen was door de hevige regen of door haar non-stop tranendal die van haar wangen rolde.
Gatver, Nora. Dit is vies. Zoiets heb ik nog nooit eerder meegemaakt.”
Nora kon haar geen antwoord geven. Ze stond zelf gebiologeerd naar het hele plaatje te kijken, een beetje bang maar toch veel opgelucht dat aanrijder de situatie en de weerloze man kon beheersen. Hij is dit soort louche zaakjes gewend, dacht Nora. Mensen aanrijden, mensen folteren en mensen afknallen. Ofwel zat hij in de maffia-business. Het was het één of het ander.
Hebben jullie de ambulance al gebeld?” zei de Volvo-chauffeur verward.
Ja, ja…” stotterde Leonore.
Nog geen twee minuten later kon je de loeiende ambulance al horen afkomen.

Nora stond aan de koffie-automaat. Haar beste vriend bij stressgelegenheden, en deze situatie was daar een perfect moment voor. Leonore zat in de gang, nog steeds bibberend op een stoeltje met een rood kussen waar al veel te veel mensen bang de uren van hun geliefde hebben afgewacht. Dit is geen geliefde, dacht Nora. Ze vroeg zich af waar de Volvo XC90-chauffeur zo snel naartoe moest nadat de ambulanciers de half doodbloedende man in hun gele grote automobiel hadden gelegd. De dokter kwam tevoorschijn. Leonore sprong meteen recht.
Heeft u meer nieuws?”
Ja. Helaas, het ziet er niet al te best uit voor Meneer Brown.”
Wanneer komt zijn familie?” vroeg Nora.
We hebben geen familiale relaties gevonden, noch in zijn cell phone, noch online.”
Nora trok haar ogen tot spleetjes en zipte van haar hete koffie. Haar gedachten raasden als een gek, maar ze kon niet helder denken. Haar hele lichaam was nog lichtjes in schok. Nog nooit had ze zoveel bloed bijeen gezien, zelf niet in de praktijkcolleges gedurende haar 4 jaar durende Biologie & Chemie Master opleiding.
Maar hij wil de jongedame met het bruine haar nog eens zien, drong hij aan.” Nora werd plots uit haar gedachtenstroom gerukt.
Mij!?” Nora voelde een rilling over haar rug glijden.
Mij!? Ik bedoel: jou?” echode Leonore.
Leonore was van nature ook bruinharig, maar kleurde het blond sedert haar 20ste verjaardag. Nora wisselde een mum van een seconde een blik uit met Leonore. Er werden optrekkende wenkbrauwen gewisseld.
Oké.” bracht ze er na een ongemakkelijke stilte uit die door de wit geschilderde muren van de gestileerde gang weergalmde.

Hoezo “Oké”? dacht ze bij zichzelf. Ik ken die man helemaal niet! “Oké…” Ze voelde zich nerveus en friemelde aan haar mouwen van haar truitje terwijl ze de kamer binnenliep – binnen‘slenterde‘ is misschien een meer gepaste verwoording hier? Ze hield haar ene hand met de vingers open voor haar ogen als een klein kindje. De man was helemaal ingepakt in verband rond zijn voorhoofd. Zijn been was blijkbaar ook gebroken. Van de rest van zijn lichaamsdelen vroeg Nora zich af of die nog helemaal in tact waren aangezien ze onder de lakens waren gestopt. Daar stond ze dan, wachtend. Ze durfde niet eerst beginnen praten. Na tien minuten kwam er beweging in het toegetakelde lichaam; zijn wijsvinger ging traag en beverig de lucht in. Hij wou iets aanwijzen, iets tonen. Zijn mond ging open maar er kwam geen deftig geluid uit; alleen gekreun.
Kkkk…veesssss kkk…”
De man probeerde tal van keren een wat normale zin uit te brengen. Uiteindelijk leidde zijn moedige pogingen tot resultaat.
Kijk in mijn vestzak.”
Nora betrouwde het zaakje niet maar liep toch naar de stoel waar zijn bruine leren vest aanhing.
De binnenzak.”
Ze raakte voorzichtig de voering van de vest aan, tot ze een binnenzak voelde. Er zat een creditkaart in, kauwgom en wat losse muntstukken. Ze haalde er een revolver uit. Even moest ze toch die dikke brok in haar keel doorslikken. Daar stond de bruinharige jongedame dan, midden in een ziekenhuisruimte met een shotgun in haar handen. Het vuurwapen voelde koud aan, nog wat wak van de doorweekte vest.
Kun je daar mee om, juffie?” vroeg de man haar rechtuit.
“Wat!? Ik? Nee. Nee!” antwoordde Nora geschrokken. Ze voelde zich opeens een crimineel. Bijna liet ze het wapen vallen uit degout. Wat was hier de bedoeling van? Maar ze vroeg het hem niet. Ze keek hem aan. Plots kreeg ze een flashback. Ze kon er zich niet tegen verweren. Nora zag zichzelf haar vingers strak bij een bladzijde uit de ELLE houden. Daar was hij dan, de prachtigste bag die Nora ooit had gezien in haar leven. Een bruine in bamboe leren handbag van Gucci met stressels. Haar ogen fonkelden. Zijn ogen bleven iedere kleinste beweging van haar volgen: haar handen stevig om het geweer, haar borstkas die op en neer ging, haar voeten die wat ongemakkelijk stonden. Meneer Brown knikte een keer. Traag. Duidelijk. Hij was niet bang. Hij had wel voor hetere vuren gestaan, net zoals Mister Orange, precies hoe Quentin Tarantino hem had voorgesteld; niet zoals Nora zichzelf had ingebeeld als personage, want enige de vrouw in de film gaat in het begin al dood. Doodgeschoten uit zelfverdediging. Haar handen zweetten. Nora ging zwaarder gaan ademhalen. Mister Brown keek haar recht in haar ogen. Ze richtte het shotgun recht op zijn voorhoofd, liet de adrenaline door haar lijf gieren en kneep haar ogen zo stevig mogelijk dicht. PANG!

Nora hapte naar adem en schoot recht in haar bed, kletsnat in haar eigen zweet. Ze keek rond zich heen en zag een haar digitale wekkerradio staan. De regen kletterde hard tegen haar veluxraam. 5u38. Acht uur geleden had ze “Reservoir Dogs” van Quentin Tarantino bekeken. Binnen negen uur zou ze bij Leonore de ELLE aan de keukentafel zitten te doorbladeren. Vandaag waren we zondag 1 juni; Nora zou pannenkoeken bij haar zus gaan eten. “Oh my Gucci.” murmelde ze stil.

GUCCI bagGucci bamboo handbag    vanaf €2.100

 

Postre por favor

Het was niet alleen zijn perfect witte gebit waar ze zich aan ergerde. Het was zijn attitude en plus. Arrogant tot en met. Geen greintje positieve karma, laat staan dat er een “bedankt” van af kon. Ze kon zijn smoel niet zien, noch zijn Armani Emporio luchten. Al had ze niks tegen het merk op zich. Het was de combinatie van een goddelijke geur op een slecht vel dat vloekte.

Image

Ze had lariekoek aan mensen die haar gebak niet apprecieerden. Daar stond Lucie dan. Een brunette van 1m68 met een bakplaat zelfgemaakte tiramisu in haar handen. Bullshit, dacht ze bij zichzelf en rechte haar rug zodat ze wat imposanter uit de hoek kwam. Ze redeneerden allebei niet nuchter. Niet in de zin van tipsy wezen. – Ook al had Lucie een flinke scheut amaretto in de tiramisu gegoten en uiteraard tijdens het bakken ervan meer dan ze zelf kon weerstaan ervan geproefd. – Maar wegens dwaasheid van hun conversatie en de onverklaarbare spanning die tussen hen hing. Wat dit hoe het zou moeten voelen? dacht ze. Ze vond het kut.

Aan tafel waar vier koppels aan het dessert zaten, ging het er kibbelig aan toe. Robert vertelde anekdotes over hun afgelopen vakantie in Valencia, waar hij samen met zijn vrouw Cara wilde nachten had beleefd. Vergezeld van de nodige commentaar van zij, over hoe het al dan wel niet allemaal aan toe ging. Enfin, wat een zomer overgoten met Italiaanse witte wijn en zaadlozingen was geweest, waren uiteindelijk in een zoon uitgedraaid. Robert was Nacho’s beste vriend sinds hij naar België verhuisd was. De zoon werd hartelijk ontvangen samen met het celibaat en surplus. Die twee hadden sinds de geboorte van kleine Milo praktisch geen seks meer gehad. Was het de kleine niet, had mevrouw hoofdpijn of was ze ‘gewoon moe’. Robert mocht zich de hemel in prijzen als ze tot bij het voorspel kwamen. Een orgasme bereiken was een ander affaire. Soit, idem zoals dat gaat het met de klassieke huwelijkstaart –pas op dat je de sponzige textuur niet aan diggelen brengt– geldt deze regel ook wanneer koppels een delicaat onderwerp aansnijden: dan trek je je best op tijd terug voor alles inéénzakt.

Daar zaten ze dan. Lucie en Nacho, vijf jaar later, getrouwd en elke maand dinerend met nog drie andere gehuwde stellen die ze over de jaren heen hadden leren kennen. Je weet wel, op de cliché plaatsen: grootwarenhuizen, al joggend en wachtend op je vliegtuigticket. Lucie verveelde zich. Ze wou eens onverwachte, spannende verhalen aanhoren, geen doordeweekse rompslomp van het ordinaire samenleven. Dingen over de vaat en de kinderen. Over hoe Mark, de man van Ellie iedere nacht onophoudelijk snurkt en hoe ze al met tampons en kurken van Monbazillac wijnflessen in zijn neus had proberen te stoppen, maar het mocht niet baten. Natalie raadde haar Sleepzz aan. Een of andere spray die effectief leek te zijn waarop haar man Tom haar dankbaar aankeek alsof hij nu wel weer sex met zijn vrouw mocht na nachtenlang op de bank te liggen woelen en puffen. Die blik was er eentje uit de duizend. Ze moest een giechel onderdrukken. De man begon te blozen alsof hij betrapt was en de rest van de tafel gaf Lucie afkeurende blikken, Nacho uitgesloten. Hij keek haar aan alsof ze zijn exclusieve triomf was met een eigen, brute en prachtige mening. De sfeer aan tafel kreeg een lichte deuk, alweer.

Toen ze thuiskwamen hing ze haar jas netjes aan de kapstok in de gang en plofte ze zich neer in de sofa. Ze verkeerde in een lichte roes en dacht aan hoe ze Nacho voor de eerste keer had ontmoet. Hij kwam vijf jaar geleden tegenover haar huis wonen. Een nieuwe overbuurman, met een serieuze jetleg weliswaar. Hij had Lucie haar welkomstgebak aangenomen, geknikt en bijna de deur in haar gezicht gegooid. Furie met kracht 10 beaufort. Nacho was een rasechte Spanjaard. Hij had een mooi gebruinde huid die volgens hem bleek was voor de tijd van het jaar. Hij ging naast haar zitten en schonk zichzelf nog een borrel in. “Lief…” begon ze zacht. Nacho keek op. “Hm?” bracht hij uit, omdat hij nog wodka in zijn mond had. “Vind je ons saai geworden zijn?” vroeg ze hem. Nacho lachte hoorbaar. Zijn ogen blonken door de straatlichten die het huis binnendrongen. “Saai, qué es? No lo comprendo.” Tegen wil en dank proestte Lucie het uit van het lachen en intens verlangen.

Die avond hadden ze wijn gehad als aperitief, uitdagende blikken als voorgerecht, saaie conversaties met kip curry als hoofdgerecht. En tiramisu als dessert. Nou, en omdat Lucie er niet genoeg van kon krijgen, nam ze er nog een flinke scheut orgasme bij.

Ne gâche pas ta vie

Als ik zo mijn kinderen bezig hoor en zie, breekt mijn hart een beetje. Ik kan het niet negeren. Ik kan het niet verstoppen. Ik kan hun geen ongelijk geven. Eén voor één heb ik ze graag gezien. Graag gezien op mijn eigenzinnig -ja, soms domme, meestal onverklaarbare en af en toe onterechte- manier. Wat verwacht een mens van een vader? Een vader die met de oude stempel is opgegroeid. Een stempel die over de jaren heen nooit is afgewassen. Ikzelf had er vooraf nooit bij stil gestaan. Men draait mee met de maatschappij. Een verwend kind zal nooit beseffen hoe verwend hij werkelijk is. Een ouwe vader die er is, maar er eigenlijk niet is, zal nooit beseffen dat hij er eigenlijk nooit geweest is. Nooit geweest is, voor de kinderen, voor zijn vrouw, voor zijn gezin, voor zichzelf. Hij draait mee. Hij doet wat hem opgedragen wordt maar denkt niet verder. Hij denkt alleen aan het verleden en aan hoe het beter kon. Beseft hij dan niet dat dit het leven is? Dat dit zijn leven is en dat hij het moet ‘op-leven’? Kan hij er wel van genieten? Van zijn kinderen, zijn vrouw, zijn gezin en zijn leven? Of moet hij dat ook telkens verteld worden? Opnieuw en opnieuw?

Chaplin

Ik zou mijzelf de schuld moeten geven maar ik doe het niet. Noem mij dan maar egoïstisch of egocentrisch. Maar als het op geld aankomt, dan ben ik er. Het werk roept altijd. Altijd roept het en ik roep terug. Steeds harder en harder. Ik besef niet dat het zo hard is, was. Een hand van een vader kan ruw zijn. Mijn moeder zei altijd dat een pets geen kwaad kon. Zo dacht ik er ook over. Hoe breng je je kinderen anders groot? Ze horen te leren wat kan en wat niet kan. Zo denk ik erover. Maar ik zie ze graag, mijn kinderen. Ik had ze graag nog wat langer gezien, nog wat langer met harde hand groot gebracht. Want een vader hoort hart te zijn, niet? Een pets kan geen kwaad, zei mijn moeder me. Dat hebben ze mij toch altijd verteld. Hard? Hart? Ik weet hoe ik het moet schrijven. Je vader is daar niet slim genoeg voor, dat weet je mijn kind.

Image

Geld, dat is met een ‘d’. Dat is zeker. Dat is mijn leven.

Maandagmorgen

Ik hoor geboenk om 8u09 stipt deze morgen. Nee? Dat meen je niet? Het is een nare droom, hou ik mezelf voor. Ik draai me nog eens om in mijn bed en snuif de geur van verse lakens op. Gisteren hielden ze beddengoed-uitverkoop in de Auchan. Ondanks eenpersoonsgoed zo moeilijk te vinden is – ofwel zoek ik niet goed genoeg, ça s’peut – , waagde ik toch mijn kans. Er zou wel een koopje uit te slaan zijn. En nadat ik me tout d’abord kapot had gevloekt bij het zoeken van een parkeerplaats wist ik al dat dit op een ramp zou uitdraaien. No doubt about that. Binnen krioelde het van hijgende mensen zoekend naar een leuk printje, in katoen of satijn, een random goedkope lelijke overtrek of inderdaad … dat ene eenpersoons bedovertrek en meer. Mijn ogen flitsten nauwkeurig en selectief de rayon af. En daar zag ik het plots: de coolste van allemaal. Er stond een tekening van Pocahontas op. Nee, niet die bekende met haar haren in de wind, roze hemel en vliegende blaadjes. Much more femme fatale en roekeloos. Je moet je sowieso nog de eerste scène herinneren waar Pocahontas naar beneden springt van een klif, recht ‘de woeste beek’ in, Meeko en Flit haar achterna. Ram die dvd immédiatement in uw recorder mocht je één van de meest epic scènes uit Disney-geschiedenis niet meer uit je brain storage halen. Bien. Ik stapte er resoluut op af. Mijn armen wagewijd uitgestrekt, klaar voor de verovering. Ogen op fonkelstand tot BAM. Daar had je het: een klassieke bitch. Onze handen botsten tegen elkander bij het grijpen van het hoesdeken. De rest is geschiedenis. Een bitch fight kwam op gang. The usual one wel te verstaan, zonder modderbad en leuke bikini’s: haar-getrek, pinching met lange nagels en verwijtwoorden alom. Eén van de security mannen had tussen beide moeten komen om meer schade te voorkomen. Wie er won? Ik uiteraard. Ik gaf de lekkere kerel mijn cellphone nummer en knipperde eens leuk met mijn wimpers. Ik had me in moeten houden of ik wou me omdraaien naar de bitch en lekker luid roepen: “You ain’t messing with me, bi-atch!” Maar ik hield me in en gaf haar de typische afkeurende blik. Haar dochter zal ook wel happy zijn geweest met een bedovertrek van Pinokkio. Lekker boeiend.

Pocahontas

Er volgen nog een paar boenken achtereen. Ik schiet wakker uit mijn bevredigende gedachten. Gatver, het is menens. Oké, probeer ik mezelf te bedaren. Het is maandagmorgen en dat is een redelijk uur waarop de normale werkmens zijn acht uren-dag begint maar djeezes? Niet op mijn balkon. En mag de ander dan niet eens ongehoord lekker lang uitslapen? We zijn niet allemaal nine to five-ers. Mijn pap had ‘t me nochtans laten weten. Meerdere malen zelfs. Want hij herhaalt graag dingen zo’n zestiental keren hetzelfde op één dag. “Er komt morgen iemand om het balkon op te knappen.” Ik had braafjes geknikt. Misschien af en toe -vaker dan ik zelf wil- het ene oor in en het andere -liefst zo snel mogelijk- weer uit. “Zeg, morgen … werken … balkon.” Uhu. Er was toch iets doorgedrongen. De feiten alleszins, niet zozeer de inhoud of de gevolgen ervan, waartoe uitslapen duidelijk niet bij de mogelijkheden behoorde. Tant pis voor mij. Hallelujah voor dat afgesleten balkonnetje langs De Leie. Reden te meer om daarna te bakken op die nieuwe houten plancher met een vers gemaakte non-alcoholische cocktail bij de hand. Nee, ik ben geen straight edge voor alle duidelijkheid. Ver van. Laten we hier geen verkeerde opvattingen creëren. Ik apprecieer de sterkte van likeur en de smaak van een fris gemixt drankje met enkele graadjes alcohol in. Ik heb alleen mijn tijdelijke voornemen gesteld na de top notch tequilla avond in het lokale stamcafé van Nice. En met top notch bedoel ik ook top notch: alles erop en eraan dus! Het leek onschuldig in het hele begin. Enkele vriendinnen startend met wat mojito’s en cosmopolitans. We moesten mijn verjaardag nog inhalen omdat ik had die dag moeten werken in de Zara. Tequila leek me redelijk. Het is een verleidelijk gevaarlijk drankje, dat Mexicaans spul. BOENK. Zo’n zevental keren na elkaar. Ja, ik heb ze geteld. Wat moet je anders doen buiten gek worden en nazinderen van een lichte kater? Ik besluit om het op te geven en trek mijn donsdeken van mijn warme lijf. Ik strek me nog eens goed uit in mijn bed en er kan nog een ferme geeuw met geste van af.

Op de kop toe gaat de bel aan de voordeur. Ik ga echt niet opendoen, mopper ik. Fuck it. Bad timing. Ik sta al halfnaakt in de badkamer mijn wenkbrauwen te epileren. Na enkele seconden hoor ik het gerinkel opnieuw. Ik moet er eens mijn werk van maken om die bel af te zetten, ‘s morgens. Of nee, de hele dag. Als het iemand belangrijk is aan de voordeur, bellen ze me maar op mijn iPhone. Strak plan. De bel blijft maar vragen om aandacht. Met behendigheid en iet wat geklungel grijp ik een badhanddoek – shit één van die kleinere – en sla die om me heen. Net genoeg om mijn billen mee te bedekken. Hm, ik loer mezelf eens af. Kan ermee door. Degene die durfde aan te bellen op dit belachelijke uur moet er mij ook maar durven bijnemen. Gewassen of ongewassen. Geschoren benen of niet. Een week geleden is alles onder handen genomen. Nou ja… Ik ging er nu aan begonnen zijn mocht ik niet gestoord worden. Ik stompel de trap af die bekleed is met een lelijk groen tapijt met gele franjes en vreemde figuren op. Ik stompel nog harder. Ik wou dat ik een magische lamp had zoals Aladdin… Dan was dat probleem ook al meteen gefixt.

Een kerel met een zwarte labrador aan de leiband staat voor mijn neus. Hij vraagt of hij een telefoontje mag plegen. En of hij daarvoor mijn gsm mag lenen. “Mijn iPhone?” leg ik de nadruk. Alsof ik me nog niet ongemakkelijk genoeg voel in mijn luttele outfitje, ga ik me nog gaan irriteren ook. Mensen moeten echt hun taalgebruik updaten en beseffen dat we in al 2014 leven. De nineties waren cool, OK. Al is het alleen maar voor de retro feestjes en de rollerblade-tijden. Ik schat hem 24. Hij trekt zijn kin wat naar beneden en kijkt me recht aan met zijn lichtbruine ogen. “Nou?” Oh, God. Waarom heeft die ene onbekende nu net zo’n aantrekkelijke glimlach? “Ik …” De hond lijkt zich weinig van de situatie aan te trekken en kijkt de andere kant op. Daarna kijk ik de jongeman terug aan. “Momentje.” Ik schraap mijn keel. “Ik haal ‘m wel even.” breng ik er vervolgens uit.

New Girl_#3

Een uur later zit ik een cappuccino met extra schuim te drinken aan de ontbijttafel. Ik snap het nog steeds niet en zit waarschijnlijk al tien minuten met mijn wenkbrauwen gefronst voor me uit te staren. Hij was plots weg. De kerel met de zwarte labrador was plots verdwenen toen ik terug aan de voordeur stond met mijn iPhone. Zomaar. Hij kon wel even gedag gezegd hebben, maak ik mezelf wijs. Wat ridicuul is. Ik bedoel, ik ken die gast van haar nog pluim. En toch heb ik er een naar gevoel bij. Alsof ik hem al eens eerder gezien heb. Maar waar? Wanneer? BOENK. Gatver … Ik doe nog een attack. Mijn tong begint een rateling aan woorden uit te kramen die niet voor een maandagmorgen bestemd zijn en kuis fraai mijn koffie op die ik gemorst heb. Ik haat koffievlekken. Terwijl ik Meneer Vod kennis laat maken met Madame Hete Caffeïne hoor ik stemmen door de living galmen. “Rot hout. Lekker biertje. Goed werk. Barbecue hé, Didier!” gevolgd door een typische oude venten lach. Het is Renée, mijn verhuurder, samen met de menuisier en mijn pa. “Godzijdank hebben we geen barbecue” schiet me te binnen, al bijna in shock dat we twee bejaarden mochten uitnodigen, bij wijze van surplus. Betaling in natura zal er wel niet inzitten, de geldwolf. Alledrie komen ze de keuken binnen. “En is het balkon af?” vraag ik, zonder mij specifiek te richten aan een van de drie mannen. “Tip top!” Ik glimlach. “Super!” Vetzak. Letterlijk. Soms vraag ik me af aan hoeveel km/u hij naar beneden zou rollen van de Kemmelberg. Waarna mijn gedachten worden teniet gedaan door mijn pa zijn blik. Ik hoor hem denken: “Wat een klungel van een kind heb ik toch.” Ik hef mijn vod op die vol koffieschuim hangt en zwaai er praktisch mee. “Bedankt hé, heren!” Beiden mannen knikken. En daarna een oogrol van mijn vader.

Zalig. De zon is goed geluimd en de zonnestralen verwarmen aardig mijn lijf. Ik nip van mijn ananassapje waar ik een zestal ijsblokken in heb laten drijven. Ik kijk naar de thermometer. 30°C. “Wat heet.”, puf ik half binnensmonds. Mijn brein schiet weer in Hamlet-modus. Naar binnen gaan om af te koelen of de warmte de kans geven om zich meer te verdelen over de oppervlakte. Twee opties afwegen lukt me in deze toestand niet. Dan de zaak wat simpeler stellen: Wil ik bruinen? Ja. Optie twee is al een feit. Beter zo. Ik sluit mijn ogen.

Zalig. De zon is goed geluimd en de zonnestralen verwarmen aardig mijn lijf. Ik nip van mijn ananassapje waar ik een zestal ijsblokken in heb laten drijven. Ik kijk naar de thermometer. 30°C. “Wat heet.”, puf ik half binnensmonds. Mijn brein schiet weer in Hamlet-modus. Naar binnen gaan om af te koelen of de warmte de kans geven om zich meer te verdelen over de oppervlakte. Twee opties afwegen lukt me in deze toestand niet. Dan de zaak wat simpeler stellen: Wil ik bruinen? Ja. Optie twee is al een feit. Beter zo. Ik sluit mijn ogen.

Langzaam ontwaak ik uit mijn zonneroes. Ik moet schaduw. Nee, dorst. Eerst drinken. Ik grijp naar mijn glas. Plots hoor ik luid geroezemoes en daarna klapt er iemand ergens in zijn handen. Wat nu weer? Moeten mijn buren nu echt nooit gaan werken? Ik hef mijn hoofd op. Mijn zicht wordt wat normaler na die lichte schijn die je altijd hebt na vlak je ogen open gedaan te hebben als je te lang in de zon zit. O em gee. Er staat een bende jonge kerels mij aan te staren. Ik voel me ongemakkelijk. Moet ik “hey” roepen? Negeren? De kerel met het bruine haar fluit met zijn vingers. “Que t’as raison, mademoiselle!” roept degene ernaast. Is dat die hond van daarnet aan de voordeur? Een ander houdt twee meloenen voor zijn borstkas. Ja lap. Nu herken ik de mysterieuze jongeman met de charmante glimlach. Betrapt. Wel. Deze maandagmorgen is dan toch nog voor enkele van ons geslaagd gebleken, enfin…

Scannen maar!

De supermarkt is de meest effectieve datingsplaats. Uiteraard ga je eerst op zoek naar de geschikte yang voor jouw ying. Hoe? Wel, aan de hand van de producten in hun mandje, kun je meteen scannen wie ze zijn of wie ze willen vertegenwoordigen. Je selecteert er zo de getrouwde stellen uit, zelf zonder nog maar naar hun ringvinger te hoeven piepen. Handig toch?! Goed, wat zie ik liggen? Pampers? Een definitieve no-go: afblijven maar! Een man met Tena Lady? Hm, verdacht, beter niet riskeren. Ik wil geen boze vriendin op mijn kop. En plus, ik kom graag op de eerste plaats, geen plan B materiaal. Volgende scan gebeurt op grond van naambekendheid: welke brands slaan ze in? Axe? Gillet? Eristoff? Of eerder J&B Scotch? Heb je te maken met een gezonde man of een stiekeme snoeper? De geraffineerde man die de pizza met zeevruchten van Dr. Oetker in zijn mandje inslaat of een simpele kerel die de regular pizza Hawaï verkiest? Of is het een witte-producten man? Het zijn allemaal kleine details die toch het grote verschil maken. Het is in feite nog onduidelijk voor mij waarom daar bijna geen kat op let. Want ik vind dat het er wél toe doet. Staan ze lang te twijfelen in de schappen of gaat hij recht op zijn doel af? En of hij de pesto van Bertoli neemt en geen Delhaizemerk.

Voor mij is er niks hatelijker dan mannen met het Hamletdilemma. Als ze al twijfelen in de schappen van de ontbijtgranen, twijfelen die mannen wees-er-maar-zeker-van ook als het op seks aankomt. Hm? Eerst die BH ontkoppelen of aan haar oorlelletje knabbelen? Of beide?! Of toch maar eerst ass-grabbing? Inderdaad, ik spreek uit ervaring. Ik ken weinig schaamte. Daarenboven vind ik dat vrouwen vrijuit over seks moeten kunnen praten. En voor wie de laatste maanden nog geen Twitter of Youtube heeft doorbrowsed, twee woorden: ‘Beyoncé’ en ‘Partition’. (alle Beyoncé fans mogen een dansje placeren, uiteraard.) Jay-Z is toch maar een bofkont! Misschien moet ik maar paaldanslessen nemen? Ik neem het in optie. Maar ik ben hier serieus aan het afwijken …

Est-ce que tu aimes le sexe?
Le sexe, je veux dire l’activité physique, le coït, tu aimes ça?

Tu ne t’intéresses pas au sexe ?
Les hommes pensent que les féministes détestent le sexe

mais c’est une activité très stimulante et naturelle que les femmes adorent.

Wie ik ben? OK. Aangezien ik dezer dagen waarschijnlijk één van de enige ben die nog géén datingsprofiel heeft aangemaakt in tijden van sociale-datingcrisis-netwerktijden, stel ik me kort even voor, zoals het horen zou op netwerksites, bien sûr:

Naam: Mona Martens
Geslacht: Vrouw
Leeftijd: 26 jaar
Haarkleur: Côte d’Or melkchocoladebruin
Kleur ogen: Hazelnoot bruin
Maten: 36 / S
Interesses: Mannen, Gin-tonic, zwart kant, YSL, D&G, Dior, Chanel, MAC makeup, zilverkleurige nagellak, avondritjes in een Bentley, Beyoncé & canneloni met Bertoli pesto
Extra: Shakespeare oneliners slaan niet aan. PS: Raf Simons, gij kunt mij sans hésitations krijgen.

Het was daar, tussen de rekken van het hondenvoer – geen mens die weet wat ik daar stond te paraderen – dat het gebeurde. Ik heb niet eens een huisdier, realiseerde ik me als een donderslag bij heldere hemel. Fuck, een passant! hoorde ik de alarmbel in mijn hoofd afgaan, waarna ik mezelf spontaan tegen de rekken duwde, uiteraard met mijn gezicht veel te dicht op zoek naar aangepaste voedsel voor chihuahua’s. Het was dat moment, waarin de harde feiten me letterlijk in het gezicht forceerden. Zou ik voor altijd de supermarkten moet door crossen, scannend op potentieel relatie materiaal of eventuele scharrel? Wat als ik simpelweg nooit de ware vind in de GB, Delhaize, Colruyt, Spar, etc.? Zou het kunnen? En dat ik eerder zo’n ouwe vrijster zal worden met dertien katten waar ik enkel nog oog voor heb? Dat moment waarin de wereld rondom mij on hold werd gezet zoals in de videogames en ik normaal, desondanks onthutst -het zag er me eerder geklutst hondenvoer uit, trouwens- reageerde. “Met echte stukjes eend” las ik luidop voor, alsof ik een gecompliceerde serenade bracht aan Royal Canin. Waw, wat een dure troep voor zo’n kleine beesten! dacht ik. En smeet daarna de 5kg wegende hondendelicatesse iets te enthousiast in mijn plastieken winkelmandje waardoor ik nonchalant (lees: lomp en strompelend) wat door de ene arm ging doorhangen.

OK. Niks aan de hand buiten een armverrekking, onnodig hondenvoer op mijn rekening, schaamte die zich vrijwel meteen omzette in blossen op mijn wangen én en plus een bejaarde dame die zich leek af te vragen of de kwaliteit van haar Dior-montuur en diens inzittende dubbelglazen het peut-être begeven hadden of dat het réellement de dag van vandaag in Yves Saint Laurent’s naam nog mogelijk was om zo lomp door het leven te gaan. Ik streek mijn haren in de plooi en gaf de dame mijn charmantste onbeholpen glimlach, waarna ik mij 90° in tegengestelde richting van haar wegdraaide. Gewoon doorlopen nu en afrekenen. Ik hoorde nog een mannenstem walmen door de afdeling hondenvoer enkele meters achter mij. Het had een warme timbre en klonk tegelijkertijd ongerust. ‘Gaat het, oma?’ Ik piepte over mijn schouder en zag de oude dame nog in choque nastaren. Een jonge man, bruine lokken en ongeschoren baard bedoomde haar Dior met zijn adem, hield ‘m daarna met zijn perfect gevormde armen in de lucht en zag dat het goed was. Hier heb je hem terug. Het zal waarschijnlijk aan de airco liggen. De man maakte avances om de bejaarde dame terug in tweede versnelling te krijgen en keek op, straalrecht in mijn ogen. Als een betrapt klein kind die een volwassen scène toekeek, draaide ik mijn hoofd snel terug recht voor zich op mijn schouders en snelde in vijfde versnelling in mijn donker zilverkleurige Mou’s naar de kassa.

Boy this all for you just walk my way

Just tell me how its lookin’ babe

I do this all for you baby just take aim

And tell me how its lookin babe

Lookin’ babe.

Het is niet dat ik elke dag mijn slag sla in de grootwarenhuizen. Nee, bedankt. De mensen die er werken kennen er mij nu al redelijk. Te goed. En trouwens is het belangrijk dat je tactisch te werk gaat. Mysterie is en blijft sexy. Je wilt niet dat mensen gaan denken dat je een supermarktenslet bent. Het draait hem allemaal om ‘de juiste balans vinden’. Veel is gemakkelijker gezegd dan gedaan, évidemment. Maar moeilijk gaat ook in dit tijdperk waar alles gemaakt en aangepast is opdat de mens encore plus facilement door het leven ouder wordt en navolgens quand même op één of andere reden Q10 plus van Nivea met bakken moet gaan inslaan. Wat vermoeiend allemaal. Wat als ik nu eens een scanner kon uitvinden die automatisch ‘Mister Right’ voor je uitpikt, waarbij het rode lichtje overenthousiast gaat oplichten als een gelukkige discobal. Oh, peut-être kan ik er nog aangepaste kleuren bij verzinnen zodat je op voorhand kan weten welk type man het is. Geel is de humoristische man. Rood is uiteraard het beest in bed. Blauw is de zeevaarder of piraat of whatever. PIEP! Ja! Oh! Oh ja! Ja! Vrouwen zullen mij dankbaar toejuichen. Waarna de man in kwestie op zijn knieën zakt en een kristalheldere Swarovski diamant van tien karaat uit zijn marineblauwe Diesel jeans haalt. (We zijn donderdag, dus verwacht geen op maat gemaakte zondagse maatpakken). Oh! Ja! Jaaa! Jaaaaa! (haha, wees maar zeker dat ik hier de ‘When Harry met Sally’ orgasme scène impliceer.) Want Mister Right neemt geen kronkels, bochten noch dilemma’s op zijn stok. Oh nee, hij weet wat hij wilt. Zonder voorbedachte rade, geheel onbezonnen en gedreven door de goesting.

Image

Now my mascara running, red lipstick smudged
Oh he so horny, yeah he want to fuck
He popped all my buttons, and he ripped my blouse
He Monica Lewinsky-ed all on my gown …

Ik word uit mijn droom verstoord door mijn kat die zich nonchalant langs mijn benen beweegt. Betrapt, ik geef het toe. Ik heb kat nummer één al in huis gehaald. Miauw. Ik heb hem Felix gedoopt. Miauw. Ik wrijf over zijn rug en werp mijn blik op zijn eetbakje. Wat ik zie bevestigt mijn vermoeden. Leeg. Laat mij geen andere keus dan een bakkie lekkere Whiskas met konijnsmaak te halen voor Felix waar die zo dol op is. En op de één of andere manier weet ik niet goed of ik dol ben op dat warme stemtimbre van vorige week in het huisdierenvoer rayon. Maar een drang om die opnieuw te horen blijft nu al enkele dagen hangen. Samen met mijn warhoofd trek ik mijn Marc Jacobs botten aan en kijk naar Felix. ‘Zou ik?’ Meer dan wat ge-miauw krijg ik niet. Wat een kater. Ik durf wedden dat hij meteen de katinnen voor het uitkiezen heeft. ‘Misschien ontmoet ik die knapperd met bruine lokken én zijn omaatje wel weer.’ zeg ik opgewekt tegen het wit-zwartgevlekte beest. Telkens als ik hem zie, bedenk ik dat hij een Chanel pelsje omheeft. ‘Misschien niet.’ Miauw. Het beest heeft gelijk: wees to the point. Ik neem mijn Louis Vuitton handtas en snel de deur uit.